Noodzetel Rijkswaterstaat Middelburg
Na afloop van de Tweede Wereldoorlog brak binnen enkele jaren de periode van de “Koude Oorlog” uit. Overal in het land werden door de overheid onderkomens gebouwd om te zorgen dat het bestuur in crisis- en oorlogstijd door kon gaan.
Het bestuur moet door gaan
In de jaren 70 werden er in het gehele land beschermde onderkomens gebouwd om het personeel van het rijk in tijden van oorlog in staat te stellen hun werk te kunnen blijven uitoefenen.
Het kunnen blijven uitoefenen van het landelijke bestuur viel onder de noemer Civiele Verdediging. Dit werd aangestuurd door het ministerie van de Minister-President (Algemene Zaken) en verhuisde later naar het ministerie van Binnenlandse Zaken. Daarnaast werden er door de aparte ministeries organisaties ingericht voor het uitvoeren van hun taken in oorlogsomstandigheden.
Rijkswaterstaat – als onderdeel van het ministerie van Verkeer en Waterstaat – was verantwoordelijk voor het open houden van de belangrijke vaarroutes in het land. Zij bouwden dan ook diverse beschermde onderkomens, onder meer bij bruggen en sluizen ter bescherming van het personeel.
Schuilkelders in Middelburg
In Middelburg is door Hans Sakkers en Johan den Hollander uitgebreid onderzoek gedaan naar de bouwgeschiedenis van schuilkelders in de Zeeuwse hoofdstad. Als resultaat hiervan verscheen in 2005 de uitgave “Schuilkelders in Middelburg”. Ook de noodzetel aan het Groene Woud komt hierin aan bod.
Voor zover bekend is het boekwerkje momenteel niet verkrijgbaar.
AFBEELDING: Omslag uitgave “Schuilkelders in Middelburg”.

Beschermde onderkomens
Begin zeventiger jaren werd er door de regering bepaald dat er meer moest worden gedaan om het personeel van het rijk te beschermen en in staat te stellen hun werk voort te zetten in oorlogsomstandigheden. Het was de bedoeling dat er hiertoe in iedere provincie een beschermd onderkomen zou worden gebouwd.
Toen er in Middelburg een nieuw kantoor voor Provinciale Waterstaat werd voorzien werd hier meteen een Noodzetel voor het Rijk in meegenomen. Het werd niet onder maar naast het nieuwe gebouw ondergronds gebouwd en had een eigen ingang via een bijgebouw op het parkeerterrein. Hoewel de Provincie Zeeland verantwoordelijk was voor de bouw waren de kosten daarvan voor het Rijk.
De bunker werd gebouwd volgens het model ‘Mierenhoop’ voor 100 personen. De belangrijkste functie van de Rijksbunker was, om bij een atoomdreiging, de Westerschelde bevaarbaar te houden.

Layout Noodzetel
Op de plattegrond van de noodzetel is de indeling te zien van het onderkomen. De grotere ruimten zoals kantine, stafkamer en verbindingsruimte bevinden zich aan de buitenzijde, binnenin bevinden zich slaapruimten en kleinere werkvertrekken.
AFBEELDING: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.
Bouwontwerp
De bunker is gebouwd in de periode 1973 – 1975 en kostte ruim 2 miljoen gulden. De afmetingen zijn ca. 22 x 33 meter, de wanddikte bedraagt 40 cm en de dikte van het dak is 60 cm. Er waren o.a. een stafkamer met plotruimte, een verbindingsruimte en een ziekenboeg voorzien. Daarnaast waren er een kantine met kombuis, diverse werkvertrekken en uiteraard de nodige slaapvertrekken voor ruim 70 personen ingetekend. Ook waren er gescheiden m/v toiletten en wasruimten ingepland. Opmerkelijk is dat WC potten, wasbakken en spiegels zijn uitgevoerd in roestvast staal in plaats van porselein. De reden hiervoor is dat er bij de schokgolf van een eventuele explosie geen scherven door de bunker konden vliegen.
De technische ruimtes omvatten onder meer een aggregaatruimte met 3 aggregaten, een ruimte voor de luchtbehandeling, een olieopslag en een wateropslag, een afvalopslag en twee bronruimten. Bij de ingang waren een sluis met douches en opslag voor besmette kleding.
In Geval Van Nood
Over de ondergrondse noodzetels is door Kees van Leeuwen namens de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed onderzoek gedaan hetgeen in 2020 heeft geresulteerd in een mooi document, genaamd “In geval van nood” met als ondertitel “Ondergrondse noodzetels voor de rijksoverheid tijdens de Koude Oorlog.”
Het is te lezen op de website van het RCE.
AFBEELDING: Omslag uitgave “In geval van nood”, geschreven door Kees van Leeuwen en uitgegeven door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Bezetting
In de bunker was plaats voor 100 personen; 20 van Rijkswaterstaat, 25 van het Directoraat-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken (DGSM) maar ook 25 man personeel van het Directoraat-Generaal voor het Vervoer (DGV). Daarnaast was er nog ruimte gereserveerd voor havenorganisaties.
Na de val van de Berlijnse muur en het IJzeren Gordijn eind jaren 80 verloor de Rijksbunker haar functie. Nadat het Waterstaatsgebouw werd verkocht aan de Hogeschool Zeeland werd er een extra – interne – ingang gerealiseerd naar de bunker en werd deze o.a. als opslag en vergaderruimte gebruikt. De nooddiesels hebben nog jaren dienst gedaan als noodvoeding voor het hoofdgebouw en zijn inmiddels vervangen door één nieuwe.
Noodzetel in foto’s
De noodzetel te Middelburg ziet er van binnen nog redelijk intact uit, zoals uit deze foto’s blijkt.
FOTO’S: PA3HFJ en www.bunkerpictures.nl







